De gewone wenteltrap is een zeeslakkensoort. De dieren leven
op de zand- en slikbodems van o.a. de Noordzee en voeden zich met anemonen. De
kleine wenteltrapjes danken hun naam aan verticale ribbels op de schelp, die
aan traptreden doen denken. Wenteltrapjes komen niet veel voor op het strand, maar zijn soms bij laag water te vinden tussen het schelpengruis langs de zandbanken.
Er spoelt een tepelhoorn, met daarin in heremietkreeft, aan op het strand van Katwijk. Een heremietkreeft is een tienpotige kreeft die in een slakkenhuis woont als bescherming voor het kwetsbare, weke achterlijf. Er zijn in de Noordzee twee soorten heremietkreeften, de kleine en de gewone. De gewone heremietkreeft is het meest talrijk.
Op strand vind je de meeste heremietkreeften in een huisje van een alikruik, maar ook in de tepelhoorn. Als een heremietkreeft zodanig is gegroeid dat hij niet goed meer goed in het bestaande slakkenhuis past, gaat hij over naar een nieuwe, grotere schelp, bijvoorbeeld naar de tepelhoorn of de nog grotere wulk. Er vormt zich dan soms een rij van andere heremietkreeften. Ze zijn vooral geïnteresseerd in het slakkenhuis dat vrijkomt. De grootste kreeft in de rij betrekt de pas verlaten schelp, de tweede grootste kruipt snel in de schelp die daardoor weer vrijkomt, enzovoorts.
KATWIJK - Door de noordwesterstorm is er van alles en nog wat op het strand aangespoeld, zoals Amerikaanse mesheften, zee- en slangsterren en ook heel veel strandgapers. De strandgaper is een tweekleppig weekdier behorend tot de familie van de Gapers. De stevige schelpen van de strandgaper zijn de grootste die op de Nederlandse stranden te vinden zijn. De strandgaper leeft in het zand van ondiep water en heeft kleppen die niet helemaal sluiten: ze 'gapen'. Daaraan heeft dit weekdier ook zijn naam te danken.
Via de kleppen die niet helemaal sluiten kan het dier de sifon buiten de schelp brengen. Het weekdier houdt via deze in- en uitstroombuis (sifon) contact met het zeewater en haalt het voedsel op uit het water en scheidt het zijn uitwerpselen uit. Bij de strandgaper kan de sifon wel 20 cm lang worden. Oudere strandgapers graven zich steeds dieper in. Een strandgaper van tien jaar oud kan wel op 40 cm diepte ingegraven zitten. Losgewoelde schelpen kunnen zich niet opnieuw ingraven en sterven na enige tijd.
De Wulk is een in zee levende kieuwslak. De meest gebruikte Nederlandse naam is wulk, maar die naam wordt ook voor andere slakkensoorten gebruikt. Het is een van de grootste huisjesslaksoorten uit de Noordzee. Alleen de Noordhoren is groter.
De Amerkaanse zwaardschede komt oorspronkelijk voor langs de Noord-Amerikaanse oostkust. Hij werd in de jaren zeventig voor het eerst aangetroffen bij de Duitse Waddeneilanden en 1979 in de Waddenzee. Begin 1982 was de soort al vrij talrijk. In 1985 volgde in Katwijk de eerste waarneming buiten het waddengebied.
Overal waar de schelp terechtkwam, groeiden de aantallen sterk. Nu is de soort op veel stranden in West-Europa de meest voorkomende. Het is niet bekend hoe de schelp hier terecht is gekomen. Er wordt verondersteld dat ze via het ballastwater van een schip in Europa zijn ingevoerd. Zie: Amerikaanse zwaardschede. Bron: Natuurinformatie