De gewone wenteltrap is een zeeslakkensoort. De dieren leven
op de zand- en slikbodems van o.a. de Noordzee en voeden zich met anemonen. De
kleine wenteltrapjes danken hun naam aan verticale ribbels op de schelp, die
aan traptreden doen denken. Wenteltrapjes komen niet veel voor op het strand, maar zijn soms bij laag water te vinden tussen het schelpengruis langs de zandbanken.
Het strand tussen Katwijk en Noordwijk is voor een groot deel bedekt met een dik tapijt van harige mosdiertjes. Ze zijn met miljarden tegelijk aangespoeld. Op het strand vormen ze tapijtdikke lagen en op sommige plaatsen zijn zelf kniehoge dijken gevormd. Deze beestjes van 1 millimeter groot zijn belangrijk voor heel veel organismen in zee.
Het harig mosdiertje (Electra pilosa) wordt ook wel harige vliescelpoliep of harig kantmosdiertje genoemd.
Harige mosdiertjes komen vooral voor in de Waddenzee, Noordzee en de Zeeuwse wateren. Ze leven van plankton en worden op hun plaats weer gegeten door zeeslakken, vissen, zee-egels en schaaldieren. Doorgaans leven ze in poliepenkolonies. Wanneer een poliepenkolonie zwaar overgroeid is, komt deze makkelijk los van de ondergrond door stroming of visserij. Zo rollen ze verder over de bodem en groeien de mosdiertjes aan tot bol- of worstvormige kolonies. Deze kunnen in grote aantallen aanspoelen op het strand. Op het moment dat ze aanspoelen gaan de mosdiertjes dood, want ze hebben het zeemilieu nodig om te overleven. Net als ieder ander levend organisme ontbinden ze als ze doodgaan en net zoals dode diertjes in schelpen gaan ze stinken.
Satelliet en buienradar. Hierboven staat een combinatie beeld van de actuele satellietbeelden van Nederland met daarbovenop de metingen van onze regenradarstations. Tevens is de mogelijkheid onweer te bekijken als 3e laag op deze beelden.
Met name in de zomer geven deze satelliet en buienradar beelden een goed inzicht in waar in rap tempo wolken ontstaan, gevolgd door vaak de buien die daar bij horen. Een wolk formatie start meestal 20-30 minuten voorafgaand aan de bui waardoor je snel kan inschatten of er nu al maatregelen nodig zijn of niet.
De kleuren in het radarbeeld geven de intensiteit van de neerslag weer. Een witte kleur betekent lichte regen, blauw is intensere regen en rood/paars is zware regen.
Er spoelt een tepelhoorn, met daarin in heremietkreeft, aan op het strand van Katwijk. Een heremietkreeft is een tienpotige kreeft die in een slakkenhuis woont als bescherming voor het kwetsbare, weke achterlijf. Er zijn in de Noordzee twee soorten heremietkreeften, de kleine en de gewone. De gewone heremietkreeft is het meest talrijk.
Op strand vind je de meeste heremietkreeften in een huisje van een alikruik, maar ook in de tepelhoorn. Als een heremietkreeft zodanig is gegroeid dat hij niet goed meer goed in het bestaande slakkenhuis past, gaat hij over naar een nieuwe, grotere schelp, bijvoorbeeld naar de tepelhoorn of de nog grotere wulk. Er vormt zich dan soms een rij van andere heremietkreeften. Ze zijn vooral geïnteresseerd in het slakkenhuis dat vrijkomt. De grootste kreeft in de rij betrekt de pas verlaten schelp, de tweede grootste kruipt snel in de schelp die daardoor weer vrijkomt, enzovoorts.
KATWIJK - Door de noordwesterstorm is er van alles en nog wat op het strand aangespoeld, zoals Amerikaanse mesheften, zee- en slangsterren en ook heel veel strandgapers. De strandgaper is een tweekleppig weekdier behorend tot de familie van de Gapers. De stevige schelpen van de strandgaper zijn de grootste die op de Nederlandse stranden te vinden zijn. De strandgaper leeft in het zand van ondiep water en heeft kleppen die niet helemaal sluiten: ze 'gapen'. Daaraan heeft dit weekdier ook zijn naam te danken.
Via de kleppen die niet helemaal sluiten kan het dier de sifon buiten de schelp brengen. Het weekdier houdt via deze in- en uitstroombuis (sifon) contact met het zeewater en haalt het voedsel op uit het water en scheidt het zijn uitwerpselen uit. Bij de strandgaper kan de sifon wel 20 cm lang worden. Oudere strandgapers graven zich steeds dieper in. Een strandgaper van tien jaar oud kan wel op 40 cm diepte ingegraven zitten. Losgewoelde schelpen kunnen zich niet opnieuw ingraven en sterven na enige tijd.
De Wulk is een in zee levende kieuwslak. De meest gebruikte Nederlandse naam is wulk, maar die naam wordt ook voor andere slakkensoorten gebruikt. Het is een van de grootste huisjesslaksoorten uit de Noordzee. Alleen de Noordhoren is groter.
Drieteenstrandlopers zijn in de winter vaak op het strand te
zien als ze in groepjes voor en achter de aan- en afrollende golven aan rennen
om voedsel op te pikken.